Cees de Bever: verschil tussen versies

Uit Wiki Raamsdonk
kGeen bewerkingssamenvatting
 
(2 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
{{Infobox architect
{{Infobox architect
| naam                  =  
| naam                  = Kees de Bever
| afbeelding            =  
| afbeelding            = Kees-de-Bever-01.jpg
| onderschrift          =  
| onderschrift          = Kees de Bever
| nationaliteit        =  
| nationaliteit        =  
| geboortedatum        = 26 maart 1897
| geboortedatum        = 26 maart 1897
Regel 14: Regel 14:
| prijzen              =  
| prijzen              =  
}}
}}
[[Bestand:Chartroise-1941.jpg|thumb|Villa Chartroise in Raamsdonksveer (1941)]]  
[[Bestand:Chartroise-1941.jpg|thumb|Villa [[Chartroise]] in Raamsdonksveer (1941)]]  
[[Bestand:Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk-01.jpg|thumb|De Onze Lieve Vrouw Hemelvaartskerk in Raamsdonksveer (1957)]]
[[Bestand:Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk-01.jpg|thumb|De [[Onze Lieve Vrouw Hemelvaart]]skerk in Raamsdonksveer (1957)]]


'''Cornelis Hubertus "Cees" de Bever''' (Vught, 26 maart 1897 - Eindhoven, 9 januari 1965), waarnaar doorgaans als ''C.H. de Bever'' wordt gerefereerd, was een Nederlandse architect die gerekend wordt tot de Delftse School.
'''Cornelis Hubertus "Cees" de Bever''' (Vught, 26 maart 1897 - Eindhoven, 9 januari 1965), waarnaar doorgaans als ''C.H. de Bever'' wordt gerefereerd, was een Nederlandse architect die gerekend wordt tot de Delftse School.


== De Bever Architecten ==
Geboren als zoon van een timmerman in 1897 te Vught, wordt aan de Koninklijke School te ’s-Hertogenbosch opgeleid en werkt op de architectenbureaus van Welsing te Arnhem/’s-Gravenhage en vanaf 1921 op dat van Kooken. Na zijn huwelijk met diens dochter in 1929 krijgt hij in 1933 de leiding over het Architectenbureau Kooken & De Bever, dat na de dood van zijn schoonvader in 1940 alleen zijn naam draagt. Al voor de Tweede Wereldoorlog bekleedt hij een functie in het hoofdbestuur van de Bond van Nederlandse Architecten en is hij voorzitter van de kring Eindhoven.<br>Hij zit in vele commissies zoals de schoonheidscommissies van ’s-Hertogenbosch, Vught, Tilburg en Best, en de Raad van de Kunst, is als oprichter van het bouwkundig onderwijs te Tilburg jarenlang gecommitteerd voor het technisch onderwijs en zit in de nodige culturele organisaties van Noord-Brabant.
Meer dan Kooken komt Kees de Bever tot een eigen herkenbare baksteenstijl. Zijn eerst zelfstandige werken zoals het winkelpand van Van der Schoot (1932) en Drukkerij Hermes (1935) zijn qua vormentaal beïnvloed door de architectuur van De Stijl, later sluit zijn werk meer aan bij de traditionalistische baksteenarchitectuur van de Delftse School met zijn nadruk op zuiver constructief gebruik van bouwmaterialen in een ‘Hollandse’ vormentaal. Daarvan is de Delftse hoogleraar M.J. Grandpré Molière de propagandist en die vindt vooral aanhang in katholieke kringen.<br>Goede voorbeelden daarvan zijn de kerken van Kaatsheuvel (1935) en Goirle (1940) en [[Raamsdonkveer]] (1954), het landhuis [[Chartroise]] Raamsdonkveer (1940-41), watertorens Zevenbergen en Almkerk (1947, de Klokkenberg Breda samen met Kees van Moorsel (1948-1953), het Clarissenklooster (1950-53) – hiervoor ontvangt hij de Cultuurprijs van Eindhoven in 1955 - , Waterschap De Dommel Boxtel (1953), het PNEM-kantoor ’s-Hertogenbosch (1954-56), gemeentehuis Eersel (1955) en Franciscanessenklooster Someren (1956) In zijn latere werken laat hij wel opvattingen van de Bossche School, welke dom Hans van der Laan via zijn cursus Kerkelijke Architectuur introduceert met zijn theorie over het plastisch getal, in zijn werk toe, zoals in de kerk van Maashees (1951) en de Don Boscokerk Eindhoven (1955), ofschoon zijn gebouwen gekenmerkt blijven door eenvoud en een sterke geslotenheid.de Bouwkundige Vakken en medeoprichter van het Museum Kempenland.
==Levensloop==
==Levensloop==
De Bever was de zoon van een timmerman en werd opgeleid aan de Koninklijke School te 's-Hertogenbosch. Aanvankelijk werkte hij op het architectenbureau van W.G. Welsing te Arnhem en Den Haag. Vanaf 1921 werkte hij bij het architectenbureau van Louis Kooken, trouwde met diens dochter, en vanaf 1933 ging het bureau ''Kooken en De Bever'' heten. Na de dood van Kooken in 1940 heette het ''architectenbureau "De Bever"''.
De Bever was de zoon van een timmerman en werd opgeleid aan de Koninklijke School te 's-Hertogenbosch. Aanvankelijk werkte hij op het architectenbureau van W.G. Welsing te Arnhem en Den Haag. Vanaf 1921 werkte hij bij het architectenbureau van Louis Kooken, trouwde met diens dochter, en vanaf 1933 ging het bureau ''Kooken en De Bever'' heten. Na de dood van Kooken in 1940 heette het ''architectenbureau "De Bever"''.

Huidige versie van 21 apr 2026 11:05

Kees de Bever
Kees de Bever
Kees de Bever
Persoonsinformatie
Geboortedatum 26 maart 1897
Geboorteplaats Vught
Overlijdensdatum 9 januari 1965
Overlijdensplaats Eindhoven
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Villa Chartroise in Raamsdonksveer (1941)
De Onze Lieve Vrouw Hemelvaartskerk in Raamsdonksveer (1957)

Cornelis Hubertus "Cees" de Bever (Vught, 26 maart 1897 - Eindhoven, 9 januari 1965), waarnaar doorgaans als C.H. de Bever wordt gerefereerd, was een Nederlandse architect die gerekend wordt tot de Delftse School.

De Bever Architecten

Geboren als zoon van een timmerman in 1897 te Vught, wordt aan de Koninklijke School te ’s-Hertogenbosch opgeleid en werkt op de architectenbureaus van Welsing te Arnhem/’s-Gravenhage en vanaf 1921 op dat van Kooken. Na zijn huwelijk met diens dochter in 1929 krijgt hij in 1933 de leiding over het Architectenbureau Kooken & De Bever, dat na de dood van zijn schoonvader in 1940 alleen zijn naam draagt. Al voor de Tweede Wereldoorlog bekleedt hij een functie in het hoofdbestuur van de Bond van Nederlandse Architecten en is hij voorzitter van de kring Eindhoven.
Hij zit in vele commissies zoals de schoonheidscommissies van ’s-Hertogenbosch, Vught, Tilburg en Best, en de Raad van de Kunst, is als oprichter van het bouwkundig onderwijs te Tilburg jarenlang gecommitteerd voor het technisch onderwijs en zit in de nodige culturele organisaties van Noord-Brabant.

Meer dan Kooken komt Kees de Bever tot een eigen herkenbare baksteenstijl. Zijn eerst zelfstandige werken zoals het winkelpand van Van der Schoot (1932) en Drukkerij Hermes (1935) zijn qua vormentaal beïnvloed door de architectuur van De Stijl, later sluit zijn werk meer aan bij de traditionalistische baksteenarchitectuur van de Delftse School met zijn nadruk op zuiver constructief gebruik van bouwmaterialen in een ‘Hollandse’ vormentaal. Daarvan is de Delftse hoogleraar M.J. Grandpré Molière de propagandist en die vindt vooral aanhang in katholieke kringen.
Goede voorbeelden daarvan zijn de kerken van Kaatsheuvel (1935) en Goirle (1940) en Raamsdonkveer (1954), het landhuis Chartroise Raamsdonkveer (1940-41), watertorens Zevenbergen en Almkerk (1947, de Klokkenberg Breda samen met Kees van Moorsel (1948-1953), het Clarissenklooster (1950-53) – hiervoor ontvangt hij de Cultuurprijs van Eindhoven in 1955 - , Waterschap De Dommel Boxtel (1953), het PNEM-kantoor ’s-Hertogenbosch (1954-56), gemeentehuis Eersel (1955) en Franciscanessenklooster Someren (1956) In zijn latere werken laat hij wel opvattingen van de Bossche School, welke dom Hans van der Laan via zijn cursus Kerkelijke Architectuur introduceert met zijn theorie over het plastisch getal, in zijn werk toe, zoals in de kerk van Maashees (1951) en de Don Boscokerk Eindhoven (1955), ofschoon zijn gebouwen gekenmerkt blijven door eenvoud en een sterke geslotenheid.de Bouwkundige Vakken en medeoprichter van het Museum Kempenland.

Levensloop

De Bever was de zoon van een timmerman en werd opgeleid aan de Koninklijke School te 's-Hertogenbosch. Aanvankelijk werkte hij op het architectenbureau van W.G. Welsing te Arnhem en Den Haag. Vanaf 1921 werkte hij bij het architectenbureau van Louis Kooken, trouwde met diens dochter, en vanaf 1933 ging het bureau Kooken en De Bever heten. Na de dood van Kooken in 1940 heette het architectenbureau "De Bever".

Zijn eerste werken waren sterk beïnvloed door De Stijl, terwijl hij later de denkbeelden van de Delftse School tot uitvoering bracht. Deze katholieke architect bediende zich in zijn werk van vele traditionalistische elementen. In zijn laatste werken kan men ook elementen uit de Bossche School terugvinden.

Hij ontwierp tal van bouwwerken, waaronder vele kerken. Zijn belangrijkste werk dateert uit de jaren 30 van de 20e eeuw en uit de Wederopbouwperiode. Enkele van zijn werken zijn op de lijst van monumenten uit de Wederopbouwperiode terechtgekomen.

Na zijn dood werd het architectenbureau overgenomen door zijn zoons Leo de Bever en Loed de Bever. Het bestaat nog steeds en is nu in handen van kleinzoon Stefan de Bever.

Werken

  • Winkelpand Kleine Berg 45 te Eindhoven, rijksmonument, uit 1932
  • Drukkerij "Hermes" te Eindhoven, uit 1935
  • Sint-Jozefkerk aan het Wilhelminaplein 2 te Kaatsheuvel, uit 1938
  • Sint-Dionysiuskerk of Goirkese kerk te Tilburg, rijksmonument, uit 1835, werd door C.H. de Bever vergroot in 1938
  • Kerk van Maria Boodschap te Goirle, uit 1939
  • Villa Chartroise te Raamsdonksveer, uit 1941
  • Nieuwe watertoren te Zevenbergen, uit 1947
  • Restauratie van de Sint-Catharinakerk te Eindhoven, nadat deze kerk oorlogsschade had opgelopen.
  • Sint-Willibrorduskerk te Hedel, uit 1949
  • Clarissenklooster Eindhoven, uit 1950
  • Sint-Antonius Abtkerk te Maashees, uit 1951
  • Lidwinakerk te Tilburg, uit 1952, gesloopt in 2005
  • Kantoor van het Waterschap De Dommel te Boxtel, uit 1953
  • Sanatorium "De Klokkenberg" te Breda, samen met Kees van Moorsel, uit 1953
  • Don Boscokerk (Eindhoven), gemeentelijk monument uit 1953
  • PNEM-gebouw aan het Willemsplein 2 te 's-Hertogenbosch, uit 1955, in 1980 uitgebreid door architect De Bever jr.
  • Franciscanessenklooster te Someren, uit 1956
  • Onze Lieve Vrouw Hemelvaartskerk te Raamsdonksveer, uit 1957
  • Pauluslyceum schoolgebouw in Tilburg, gemeentelijk monument uit 1960